Meld je aan en plaats je eigen gedicht !

Een kind

De Piet en de Sint
Gingen langs een huis
Om een kind
blij te maken

De Piet had een zak
met pepernoten
bij zich
Waar de ouders ook van genoten

Met een volle maag
deed het kind
haar cadeautje open
Dat goed dicht was gedaan
met een lint

Toen ze de deksel
van de doos eraf deed
Kwam een glimlach op haar gezicht
Even ver weg was alle leed

Een pop met lang bruin haar
staarde haar aan
Daarna moest de Sint en de Piet
helaas weer gaan

Wat ze achter lieten
was een gelukkig kind
En er zouden nog veel meer kinderen
gelukkig worden gemaakt
Door de Piet en de Sint

Mellie

Business Broker

Sinterklaas, het minpunt van het jaar

Sinterklaasfeest
Het minpunt van het jaar
Al die kindertjes opgewonden
En het is niet eens echt waar

Sinterklaasfeest
Wat maken wij de kinders wijs
Waar slaat dat Spanje op?
Het is een veel te lange reis

Sinterklaasfeest
Al die opwinding om niets
Waarom komt die vent op een paard
En niet op een gewone fiets?

Sinterklaasfeest
Het is alleen een winkelstunt
Je koopt allemaal cadeautjes
Waar je helemaal niks mee kunt

Sinterklaasfeest
Het is een grote flauwe grap
Het is een en al neppigheid
Het feest is ontzettend slap

Maargoed, Sinterklaas
Het is en blijft een lieve man

babeth

(babsss)

Business Broker

De tocht van de luie piet

Sint: “Luie piet? Zou je even voor mij op pad kunnen”
Luie piet: “Natuurlijk Sint, maar moet je me even wat tijd gunnen”
“Ik moet nog even wakker worden voordat ik op pad ga”
“Stelt u zich eens voor dat ik de verkeerde weg insla”
“Weet u Sint ik droomde dat……..”
Sint: “Vertel dat maar later en ga eerst maar op pad”
“Weet je piet, ik moet wat weten over die vrolijke ………”
“Wacht! Ik kan haar ook bellen, nee, dat is zo verdacht!”
“Wacht eens piet! Jij kan je als haar vriend voordoen”
“Maar zegt de Sint blozend: geef haar van mij een dikke zoen”
De piet toetst het 06-nummer van ……. in.
Ze neemt niet op dat heeft dus ook geen zin!
Sint: “Oh sorry piet dat is waar ook!”
“Ze is nu op cursus dat spook.”
Luie piet: “Gaat zei op dit tijdstip en in het weekend leren?”
“Dat zou ik dus nooit kunnen presteren!”
Sint: “Ja, dat is inmiddels bij ons bekend”
“Jij bent al moe als je 1 meter hebt gerent”
Luie piet: “Waar moet ik dan ergens heengaan?”
Sint: “Wacht het moet hier ergens instaan!”
De sint zoekt in zijn grote boek, maar weet niet waar het staat.
“Misschien staat het in uw agenda”geeft de luie piet als raad.
En ja hoor daar staat het in op de Zaterdag!
“Het is in Vaassen”: zegt de Sint met een triomfantelijke lach.
Sint: “Piet je weet nu toch waar je heen moet gaan?”
“Wat sta je hier dan nog te staan?”
De piet ging op weg, want het was een lange tocht.
Ook al wist hij waarnaar hij zocht.
Maar waarom zou luie piet luie piet heten?
Precies je zou het bijna vergeten!
Om de paar meter ging hij erbij zitten en doezelde even in
En dan schrok hij weer wakker en moest verder ook al had hij geen zin
Het duurde een hele week voordat hij in Vaassen was aangekomen.
En nu maar hopen dat ……. ook vandaag op cursus zou komen.
Luie piet klom op het dak
En daar bleef hij een uur zitten op zijn gemak.
Hij keek door de ramen en wat zag hij daar?
…….. stond bovenop een kast en deed erg raar.
Ze stond met 1 been voor en 1 been achter en ook nog 1 been krom
De piet dacht:Wat doen die nou dom en waarom?
Dat kan ik ook dacht hij.
Hij stond op en deed een stap opzij.
1 been voor en 1 been achter, maar wat nog meer?
Gelukkig hij wist het alweer.
Zijn been die moest ook nog krom.
BOEM! Dat ging mis, wat is die piet toch dom!
De luie piet viel met een plof neer.
Zijn hoofd bonkte en alles deed zeer.
De sint begon zich al zorgen te maken om de luie piet.
Sint: “Helikopterpiet, zou jij kunnen kijken of jij luie piet ergens ziet?”
Piet: “Waar is hij dan beste Sint?”
“Anders weet ik zeker dat ik hem niet vind!”
Sint:”Zoek maar bij alle gymzalen en heel goed!”
“Je kan hem wel herkennen aan zijn veer op zijn hoed!”
Piet: “OK sint ik ga snel op pad.”
Sint: “OK piet doe dat!”
De piet zoekt een uur en dan ziet hij op de grond wat.
Hij komt dichterbij, nee het is geen kat.
Als hij nog dichterbij komt ziet hij dat luie piet daar ligt.
En hij kijkt niet echt met een vrolijk gezicht.
Hij ziet dat het niet goed gaat en vliegt met de luie piet naar huis.
Daar vinden ze de Sint gekluisterd voor de buis.
Sint kijkt op als hij ze hoort aankomen.
Hij is zo blij dat tranen over zijn wangen stromen.
Je weet nu hoe goed luie piet er zijn best voor heeft gedaan.
En wat hij heeft moeten doorstaan.
Heb je je nieuwsgierigheid nog een beetje in bedwang.
Nou je mag hem open maken, ga je gang!

Groetjes van de:
Sint
Luie piet
Helikopter piet

Linda

(lin83)

Business Broker

DE PIETENSCHOOL

Even buiten Madrid, de hoofdstad van Spanje, staat een heel groot gebouw, waarop met grote boterletters geschreven staat: P I E T E N S C H O O L

Vóór het gebouw ligt een vijver, die helemaal gevuld is met rode Spaanse wijn en de bomen van de oprijlaan hangen vol met pepernoten. Bij de voordeur staat vermeld, dat je je voor pietenschool kunt opgeven bij St..Nikolaas, Speculaaslaan 5 te Madrid, tel.512

Nu was er een Hollandse jongen, Peter genaamd, die speciaal naar Spanje was gereisd om tot de Pietenschool te worden toegelaten. Peter was een aardige blonde jongen van 17 jaar. Toen hij zich bij Sinterklaas kwam opgeven, sprak de Sint: “best, mijn jongen, ik zal je toestemming geven om op de Pietenschool te komen, maar begrijp goed, dat het een zware opleiding is. Maar, als je met goed gevoel je examen hebt gedaan, mag je bij mij in dienst komen. Je naam Peter veranderen wij in Pablo en vóórdat je naar school kunt gaan, moet je eerst een roetbehandeling ondergaan. Dat gebeurt hier in het huis naast het mijne, dus op nr. 7. Meld je dáár dus maar eerst aan.” Peter, die dus nu Pablo heette, vertrok naar het huis ernaast en belde aan.

Een Pieterman deed open. Pablo werd naar een kamer gebracht en in een stoel gezet. De Pieterman bracht hem een heerlijke bord pap, gemaakt van gemalen marsepein, speculaas en pepernoten, vermengd met Spaande wijn en sprak: “Pablo, zodra je het bord leeg hebt, gaan de lichten in deze kamer uit. Je moet dan zes uren in het donker blijven zitten; zijn die uren óm, dan kom ik je weer ophalen”. “Goed”, antwoordde Pablo, “maar. . . . . doet het niet pijn?” De Pieterman moest lachen en verzekerde Pablo, dat het echt geen pijn zou doen. Pablo at zijn bord leeg en bleef toen rustig zitten. Hij zag niets, want het was donker en hij voelde ook niets; alleen hoorde hij een heel zacht geruis, alsof het motregende.

Na een poosje ging hij maar Sinterklaasliedjes zingen; zo ging de tijd een beetje vlugger voorbij. Eindelijk was het dan zover; de deur ging open. De Pieterman kwam binnen en draaide het licht weer aan. Pablo stond op en zei: ”Waarvoor was dat nu allemaal nodig? Er is in al die uren helemaal niets gebeurd”! De Pieterman bracht hem naar een grote staande spiegel en toen Pablo in de spiegel keek! . . . . . . Hij begreep er helemaal niets van; stond daar nou een ook Pieterman? Nee hoor, hij was het zelf! Maar. . . . . hij was pikpikzwart geworden. Zelfs zijn blonde haren waren zwart. Pablo bekeek en bevoelde zich van alle kanten.

Wat vreemd; hij was ineens een Pieterman geworden en zou het zijn hele leven blijven ook. “ Ik begrijp nog steeds niet, hoe dat zo is gegaan, want ik heb er toch helemaal niets van gevoeld”, zij Pablo tot de Pieterman. “Ja, beste Pablo” , lachte de Pieterman, “dat zijn van die wonderen, waarvan alleen Sinterklaas het fijne van weet, maar die verteld je er niets over hoor!” Toen Pablo van de schrik was bekomen, vertrok hij naar de Pietenschool. Daar werd hij door de directeur ontvangen. Die directeur heette Meneer Meetlat, waarschijnlijk omdat hij zo dun en lang was.

Pablo werd naar de klas gebracht, waar al 19 andere zwarte knapen zaten. En toen begonnen de lessen; deze werden gegeven door Meneer Meetlat en door een andere onderwijzer, die grappenmantel heette. Het was hard werken daar; het lesrooster omvatte een heleboel vakken, maar de voornaamste waren: Kinderkennis, gymnastiek, maken van suikergoed en dergelijke heerlijkheden en tenslotte het vak grapjasserij. Bij de lessen over kinderkennis leerden de Pieten wat de kinderen denken, waarom ze wel eens stout zijn, hoe het komt, dat ze soms jokken en dat soort dingen. Eens in de week kwam er dan ook een hele kleuterklas op bezoek en dan moesten de Pieten de kinderen bestuderen en na afloop precies kunnen vertellen, waarom een paar kinderen ruzie hadden, waarom ze zo’n lawaai maakten, waarom zij ondeugend waren enz.

De gymnastieklessen waren heel erg zwaar; de Pieten moesten erg lenig worden gemaakt. Ze leerden klimmen, langs regenpijpen glijden, hard lopen en op touwen balanceren. Als voorbeeld waren er vier apen in een grote kooi! Ook stonden er in de schooltuin toren hoge klimrekken en hemelshoge palen. In de keuken leerden de Pieten hoe ze allerlei lekkernijen moesten maken, zoals suikergoedbeesten, borstplaat, marsepein, taaitaai en boterletter. Dat waren fijne lessen, want na afloop mochten ze alles opeten, wat ze hadden gemaakt. Pablo had bij deze lessen éénmaal een grote fout gemaakt: hij had zout in plaats van suiker gebruikt.

Je begrijpt wel, dat hij ‘s avonds pijn in zijn buik had! Maar, de lessen over grapjasserij waren het allerfijnste. Wat ze daar allemaal leerden! Het was teveel om op te noemen; ze hadden enorme pret en moesten vaak zó hard lachen, dat Sinterklaas in Madrid het kon horen! Nu was meneer Grapmantel ook een hele goede onderwijzer, die steeds weer gekke dingen wist te verzinnen. Als ‘s avonds om 6 uur de schoolbel luidde, hadden de jongens vrij en dan trokken ze samen naar de stad Madrid om daar meteen wat praktijk ervaring op te doen.

Zo gingen ze op en keer naar een straat, waar de verlichting kapot was. Met zijn allen gingen ze naast elkaar staan over de hele breedte van de weg. Als er dan mensen aankwamen hielden de Pieten zich muisstil! De wandelaars, die de zwarte knapen in het donker natuurlijk helemaal niet konden zien, botsten dan ook tegen de Pieten aan en riepen allemaal tegelijkertijd op dat zelfde moment heel hard:” Boeoeoeoeoe”! De mensen sloegen van schrik de handen voor de ogen en in die tussen tijd slopen de pieten dan stiekem weg. “Spoken”, riepen de mensen dan verschrikt!

Ook gebeurde het, dat ze naar de bioscoop gingen, waar ze met zijn twintigen naast elkaar gingen zitten. Die zwarte jongens kon je natuurlijk in die donkere zaal niet zien zitten en telkens kwamen er ook bezoekers, die op een stoel wilden gaan zitten, waar een Piet op zat! Ze schrokken dan verschrikkelijk als ze boven op een Piet kwamen te zitten, vooral als die Piet plotseling “jippie-jee” riep. Soms klommen ze wel eens stiekem met z’n allen in een hoge boom en dan maakten ze de mensen op straat aan het schrikken door hen allemaal borstplaat op het hoofd te gooien. Bovendien gaat het verhaal, dat ze een keer een heel lang touw namen en daarmee boven op het dak van de burgermeesters woning klommen. Boven aangekomen, bonden ze zich met z’n allen aan het touw vast en zaten op de schoorsteen te luisteren. Plotseling hoorden ze, dat de burgemeester de klep van de schoorsteen opendeed en. . . . . . . één, twee, drie. . . . . . dáár gingen alle Pieten achter elkaar door de schoorsteen naar beneden en stonden in een minimum van tijd in de kamer van de burgemeester. Die brave man viel op slag flauw van de schrik en moest met een glas water weer worden bijgebracht.

Ja, Ja, die dingen kunnen je overkomen in een stad, waar een Pietenschool is. Als je nog eens in Madrid komt, moet je dus maar niet schrikken, als je iets geks overkomt! Pablo was een heel goede leerling; toen hij voor zijn examen was geslaagd, mocht hij direct bij Sinterklaas in dienst komen en sedertdien gaat hij elk jaar in december mee naar Nederland. Zie je dus een extra goede, leuke en lenige Pieterman, dan is het vast en zeker Pablo!

Business Broker

Het bange zwarte pietje.

Het is slecht weer. De regen valt met bakken uit de hemel en het waait erg hard. Maar daar hoog in de bergen, staat een mooi kasteel waar het heel fijn en warm is. Overal branden kaarsjes en lampen, en in verschillende kamers brand een lekker warm vuur in de openhaard. Het is het huis van Sinterklaas. Hij woont hier met al zijn Pieten en natuurlijk met zijn trouwe schimmel.

Sinterklaas en de Pieten hebben het allemaal erg druk. Het duurt nu niet lang meer, totdat ze weer naar Nederland mogen. Daar wachten al die lieve kinderen, die erg zoet zijn geweest dit jaar.

De Pepernoot Pieten zijn begonnen met het bakken van strooigoed. De Inpak Pieten pakken de cadeautjes mooi voor jullie in. En de Wegwijs Pieten zoeken de route uit, waarlangs ze moeten varen. Enz. enz. Iedereen heeft zo zijn eigen taak.

Ook in de gymzaal is het erg druk. De Acrobaat Pieten zijn druk aan het oefenen met koprollen en bokje springen. Normaal gesproken zijn hier ook de Pieten druk aan het trainen, die misschien de cadeautjes mogen rondbrengen. Maar nu even niet! Al deze Pieten zitten in een grote kring om Sinterklaas heen. Ze zijn allemaal erg zenuwachtig, want Sinterklaas gaat zometeen vertellen wie ermee mogen naar Nederland, om pakjes te gaan bezorgen. Alle Pieten willen dat wel, want wat is nou leuker dan cadeautjes te brengen bij al die kinderen?

Sinterklaas zit op zijn grote stoel. Hij haalt de lijst te voorschijn met de namen van Pieten die mee mogen naar Nederland. “Mooi”, zegt Sinterklaas. “Als jullie er allemaal zijn, dan kan ik beginnen met het opnoemen van de namen.” De spanning stijgt in de zaal. En daar komen de namen van de Pieten die mee mogen. Wat willen ze allemaal graag mee. Behalve de kleine Marco! Hij hoopt dat zijn naam niet wordt genoemd. Hij is nog maar net van de Pietenschool en kan dit jaar voor eerst mee naar Nederland. Maar hij wil eigenlijk helemaal niet!

Een tijdje geleden was Marco nog druk aan het oefenen. Hij was altijd erg fanatiek, want hij wou ook wel cadeautjes bezorgen. Totdat Marco van een oefendak viel. Dat deed behoorlijk pijn en Marco moest er zelfs een beetje van huilen. Geen wonder, want Marco had zijn been gebroken! Toen zijn been eenmaal weer beter was, wou Marco het dak niet meer op. Hij was bang! Marco durfde dit niet tegen de Meester Piet te zeggen. Hij zei daarom maar, dat zijn been altijd nog een beetje pijn deed. Marco ging toen maar kunstjes oefenen en snoepgoed leren strooien. Dit vond hij ook erg leuk. Toch dachten Sinterklaas en Meester Piet, dat Marco wel weer het dak op wou!

“Marco.” Marco schrikt op. “Oh nee, nu moet ik mee naar Nederland om cadeautjes rond te brengen”, denkt Marco. “Als ik nu vertel, dat ik niet het dak op durf, dan lacht iedereen mij uit.” Hij moest nu echt kiezen: of Sinterklaas vertellen dat hij de daken niet meer op durft, of meegaan en maar hopen dat hij het dak niet op hoeft en mag strooien. Marco koos voor de tweede optie. Marco besluit dus om niets te zeggen en mee te gaan naar Nederland.

Of Marco ook echt naar Nederland gaat en bij jou cadeautjes komt langsbrengen is dus nog de vraag. We wachten af en we houden jullie op de hoogte!

Business Broker

SINTERKLAAS KRIJGT EEN BEKEURING

Het was 3 december en Sinterklaas, die voor één nacht het werk aan de pieten had overgelaten en zelf heerlijk had geslapen, voelde zich lekker uitgerust. Na een ontbijt, bestaande uit één glaasje Spaanse wijn, 10 pepernoten en een stuk amandelspeculaas, stapte hij op Schimmel. Hij nam de jongste Pieterman mee, genaamd Pablo. Pablo was pas 18 jaar en had weinig ervaring, want hij was pás van de Pietenschool gekomen.

Ze gingen samen op stap; het plan was om tien kleine kinderen op te halen en flink te verwenen. Ze reden door de steegjes bij de korenbeurs en zagen al gauw, dat het krioelde van slecht geklede en slecht gevoede kinderen. Al spoedig stonden er dan ook wel honderd van die peuters rondom Sinterklaas geschaard. Het was niet gemakkelijk om er tien uit te zoeken, maar Pablo wist raad! Hij stelde voor, dat er maar geloot moest worden. Na een paar minuten waren er tien gelukkige uitgezocht. De andere meisjes en jongens kregen uit de grote zak van de Sint een handvol tumtum. Pablo tilde de tien kindertjes op het paard, maar dat viel niet mee! Toch lukte het en onder een groot gejuich van de hele buurt vertrokken ze. Het was een grappig gezicht: twee hingen er aan de manen van de Schimmel, twee zaten vóór Sinterklaas, twee tussen Sint en Pablo, twee achter Pablo en de laatste twee. . . . . . zaten op de schouders van Pieterman!
“Zo, beste kinderen” sprak Sinterklaas, “nu gaan we naar Musis Sacrum om daar een lekker glas limonade te gaan drinken en als jullie heel lief zijn, krijg je er nog een stuk taart bij”.

De kindertjes juichten en zo gingen ze in volle galop door de stad. De schimmel was enthousiast en door het dolle heen. Hij galoppeerde zo hard, dat hij op het Burchtpleintje niet zag, dat het stoplicht op rood stond en met een vaart doorreed! Sint schrok en probeerde met alle macht het paard tot staan te brengen, maar de schimmel galoppeerde maar door. En ja hoor, het was te voorzien: er kwam een politie auto aan, loeiend met zijn sirene en het paard werd tot staan gebracht, vlak vóór Musis. Twee agenten stapten er uit en de één sprak: “Waarde Sint Nikolaas, het is beroerd, maar wij moeten proces-verbaal opmaken. U krijgt van ons drie bekeuringen. In de eerste plaats bent U door het rode licht gereden; in de tweede plaats hebt U boven de 50 km. gereden en in de derde plaats vervoerd U meer personen op uw vervoermiddel dan voor de veiligheid van het verkeer verantwoord is.
Het spijt ons zeer, maar regels zijn regels en ik mag voor U geen uitzondering maken, ook al bent U een goed heilig man”. Zo sprak de agent. Sinterklaas werd nóg bleker dan hij al was: tjonge, dat was geen beste beurt en dat was hem nog nooit eerder overkomen. Maar ja, de agenten hadden gelijk. De schimmel begreep blijkbaar wel, dat hij iets verkeerds had gedaan en keek vol schaamte naar de grond; hij hinnikte verdrietig. “Kop op”, sprak Sinterklaas, “wij zullen de boete betalen en we zullen nooit, nooit, nooit meer stout zijn, hé schimmel?” en hij aaide het trouwe beest over de kop.
“Dat is allemaal goed en wel”, antwoordde de agent, “maar eigenlijk moest ik ook het paard in beslag nemen en uw rijbewijs intrekken”. Toen de agent dát had gezegd, schreeuwden de tien kinderen luid: “Och, toe agent, Sint is zo lief en we hebben juist zo’n heerlijke dag! En, wat moet Sinterklaas nu toch zonder paard beginnen! Hij komt dan nooit meer klaar met het vullen van alle kinderschoentjes”.
De agenten kregen medelijden en vonden het voor deze ene keer goed, dat Sint zijn paard zou houden.
“Maar denkt U eraan”, zeiden zij, “ als het nog eens een keer gebeurt, dan moeten we echt het paars afnemen hoor!” Hij had de zin nog niet uitgesproken of Pablo sprong op en riep:
“Leve de agent, Hij is een reuze vent!” en hij tilde de ene politieman op zijn ene schouder en de andere op zijn andere schouder; zo maakte hij een lange rondedans. De vele mensen, die intussen waren toegestroomd, hadden hierin zoveel plezier, dat ze met z’n allen een Sinterklaaslied gingen zingen. De agenten kregen gewoonweg niet de kans van de schouders af te springen, want Pablo hield stevig vast. De Sint lachte en sprak: “Pablo, nu is het mooi geweest, de heren agenten hebben het druk en moeten nodig weer aan hun werk”. Pablo zette de agenten weer op de grond en bracht ze keurig naar hun auto terug.
Sinterklaas vond, dat het nu tijd was geworden voor een glas limonade en liep dan ook regelrecht met Pablo en de kinderen naar Musis. Daar werden de kinderen ook nog getrakteerd op een groot stuk taart en kelner had zo’n plezier in dit kinderfeest, dat hij hen allen nog een suikerzakje mee naar huis gaf.
Toen de beide politieagenten ’s avonds thuis kwamen en hadden verteld, wat zij allemaal hadden beleefd, klonk er plotseling een hard geroffel in de schoorsteen! Wat viel daar naar beneden? Een groot pak. Wat zat er in dat pak? Een grote politieauto van chocolade! Ze waren er zó blij mee, dat zij de auto op de schoorsteenmantel hebben gezet en ze zijn niet van plan hem ooit op te eten!

Business Broker

De zus van Sinterklaas en de zoektocht naar tijd

Sinterklaas komt zoals iedereen weet uit Spanje. Dat hij ook een zus heeft weten slechts weinigen. De fluisterpiet fluisterde het laatst in mijn oor. Nee het is geen geintje hoor, Sinterklaas zijn zus reist de wereld door met haar touringbus. Voor haar ligt er namelijk altijd weer een grote klus. Sinterklaas moet zijn pakjes voor 5 december aan alle zoete kinderen geven Om op de hoogte te blijven van het allernieuwste speelgoed, gaat Soekie, zo heet de zus van de Sint, ieder jaar weer op zoek naar nieuwste cadeaus. Ze zoekt dan in haar touringbus de hele wereld af en moet met tenminste 100 nieuwe cadeautjes terugkomen. Ze heeft nog maar een maand de tijd. Normaal zou zij te laat komen, geheid, maar ze sloot een deal met Vadertje Tijd. Het is een lang en spannend verhaal, want je mag niet zomaar met de tijd aan de haal.

Op 1 november gaat Sinterklaas, door zijn zus Klaas genoemd, met de stoomboot richting Nederland. Ieder jaar komt Klaas namelijk al op 13 november aan in Nederland. In die tijd gaat Soekie altijd op cadeautjeszoektocht. Dit jaar moet ze naar China, Taiwan, Scandinavië, Amerika en Afrika. Een hele rit dus! Ze heeft tot 30 november de tijd. Onmogelijk, zou je zeggen. Maar niet voor Soekie. In vele opzichten is Soekie namelijk slimmer dan haar broer Klaas. Soekie zou namelijk nooit met de boot gaan. Duurt veel te lang. Soekie gaat met de touringcar of zoals ze het zelf graag noemt: “De PakjesExpress”. Soekie heeft haar route al uitgestippeld van Afrika via Taiwan naar China en dan via Scandinavië naar Amerika. Maar zelfs met een superstrak schema lukt het Soekie nog niet om de reis in een maand te maken, want ze kan niet naar Amerika met de “PakjesExpress”, omdat ze over water moet. Ook kan ze niet met het vliegtuig, want de pakjes zijn te zwaar. Dus… moet Soekie met de boot naar Amerika en dat lukt niet in een maand. Soekie heeft de tranen in de ogen. Hoe moet dat nou met al die kindertjes, die op 5 december hun cadeautjes verwachten………

Opeens denkt Soekie terug aan de keer dat Schimmel, het paard van Sinterklaas, verkouden was. Schimmel moest in bed blijven met een dikke sjaal om. Dit was een ramp, aangezien oude Klaas zonder paard niet alle pakjes in 1 nacht kon bezorgen. Toen heeft Klaas hulp gevraagd aan zijn vriend Vadertje Tijd, die zelfs nog een paar jaartjes ouder is dan Klaas en het probleem dus goed kon begrijpen. Vadertje Tijd heeft toen de mensentijd 2 weken stilgezet, zodat
Klaas op zijn gemak alle pakjes kon bezorgen.

Vadertje Tijd woont tegenwoordig echter op de maan en daar ben je niet maar zo. Het duurt minstens twee hele dagen om daar met de spaceshuttle te komen. Soekie hoopt maar dat Vadertje thuis is, want anders heeft ze nog minder dagen om cadeautjes te zoeken. Vol verwachting ze begint aan de tocht naar de maan. Eenmaal daar aangekomen bleek dat Vadertje Tijd op een speciale missie was naar Verweggistan, omdat Verweggistan iets dichter bij de rest van de wereld wilde komen. Aangezien het makkelijker is de reistijd te verkorten dan een land te verplaatsen had Vadertje Tijd zijn hulp aangeboden.

Er zat voor Soekie niets anders op dan naar Verweggistan te gaan, op zoek naar Vadertje tijd. “Tjonge jonge wat is het heelal toch groot. Je ziet hier ook geen hand voor ogen”, zucht Soekie, “Dit gaat toch langer duren dan ik dacht, zeg, straks heb ik helemaal geen tijd meer over om cadeautjes te zoeken!” Nog een paar kilometer over de Melkweg en dan…

Om het hoekje verschijnt het heldere licht van Verweggistan. Soekie wordt met open armen verwelkomd door allerlei kleine wezentjes, die verweggistanen heten. Ze krijgt lekkere broodjes en rode limonade. Ook Vadertje Tijd is aanwezig. Soekie krijgt van Vadertje Tijd een grote, gele zandloper, waarmee ze de gewone mensentijd kan rekken. De tijd gaat nu twee keer zo langzaam als normaal. “Als je de zandloper omdraait, gaat de gewone mensen tijd weer in”, zegt Vadertje Tijd tegen Soekie, “En kijk wel uit, want je kunt de zandloper maar 1 keer gebruiken, als hij per ongeluk omvalt, is de zandlopertijd ook voorbij en gaat de gewone mensentijd weer in!”. Voorzichtig zet Soekie de zandloper in de spaceshuttle. Ook krijgt ze vijf flessen van die heerlijke rode limonade en wat brokken marsepein mee voor onderweg. Dan neemt Soekie snel afscheid van Vadertje Tijd en beloofde hem snel weer te bezoeken samen met haar broer Klaas.

Twee maanden later heeft Soekie al de nieuwste cadeautjes uit de hele wereld verzameld. De “PakjesExpress” zit bomvol en Klaas is erg trots op Soekie. Samen draaien ze de zandloper om, zodat de gewone mensentijd weer ingaat. Op Sinterklaasavond worden alle pakjes bezorgd. Door de ramen van de huizen ziet Klaas allemaal blije kindergezichtjes. Ook dit jaar is het Soekie en Klaas weer gelukt om alle kinderen de mooiste cadeautjes te geven…

Toch zou het dit keer niet zo gemakkelijk zijn te regelen. Klaas en Vadertje hebben 10 jaar geleden namelijk ruzie gekregen om een winterpeen. Vadertje houdt namelijk ontzettend van rauwkost en vooral van winterpenen, maar ja het paard van Klaas ook! En wat er nu precies gebeurt is, is niet helemaal duidelijk, maar het schijnt dat in de schoen van Vadertje een winterpeen zat. Vadertje dacht dat dit een cadeautje voor hem was en Klaas dacht dat Vadertje Tijd de winterpeen voor Schimmel in zijn schoen had gedaan. De volgende morgen had Schimmel de winterpeen opgegeten en zat er geen cadeautje in de schoen van Tijd, die op 5 december altijd een speciaal cadeau van Klaas krijgt. Sindsdien hebben Vadertje en Klaas niet meer met elkaar gesproken.
tje, gaat de gewone mensentijd weer in. Voordat Soekie op pad ging dronk ze nog wat limonade en at wat marsepein met Vadertje Tijd. Ze moesten nog even heel hard lachen om Schimmel die Vadertjes wortel had opgegeten en toen nam Soekie afscheid van Vadertje Tijd en de Verweggistanen.

Business Broker

De verdwaalde Zwarte PietenExpress

Op een warme zomerse middag in Spanje kwamen Sinterklaas en zijn belangrijkste pieten bij elkaar. Het was weer tijd om een lange reis naar Nederland te bespreken. Ook moesten zij gaan uitzoeken naar welke plaatsen zij dit jaar weer zouden gaan om er samen met de kinderen weer een mooi feest van te gaan maken. ’Hmm’, zei de Sint ‘eens even kijken… we hebben al een heleboel op het programma staan. We zijn nu bij zaterdag 1 december… wat gaan we dan doen? ‘We gaan altijd op zaterdag naar het winkelcentrum in Colmschate Sint’, zei de agendapiet. ‘O ja, Colmschate, leuk!’ zei de Sint. ‘Maar Sint’, zei de datumpiet ‘voor 5 december mag u in Deventer niet gezien worden en Colmschate ligt in Deventer dus mag u niet mee!’ De Sint keek even heel treurig. ‘Ik kan die lieve kindertjes toch niet in de steek laten’, dacht hij.
‘Weet je wat? Jullie gaan er gewoon alleen heen en dan noemen we het “Het Zwarte Pieten Festival”, zei de Sint en hij dacht er stilletjes achteraan: ‘dan kan ik even bijkomen en heb ik een dagje rust’. Sinterklaas is natuurlijk al heel erg oud!
Toch was Sinterklaas er niet helemaal gerust op. Konden de zwarte pieten het wel zonder hem af? Zouden ze wel op tijd in Colmschate aankomen met de PietenExpress en zouden ze de cadeautjes niet vergeten?
Na de vergadering ging de Sint naar de tuin om bij te komen. Toen hij lekker in zijn luie stoel lag, vroeg hij aan de oberpiet een lekker glaasje sinaasappelsap. Terwijl hij daar zo lag, moest hij weer denken aan het Zwarte Pieten Festival in Colmschate. Zou het echt goed gaan zonder hem? Toen de oberpiet zijn drankje kwam brengen vroeg hij: ‘kun jij de wegwijspiet naar me toesturen?’
Een paar minuten later hoorde Sint de vrolijke wegwijspiet al aan komen lopen. ‘Dag wegwijspiet, kom eens even bij me zitten.’ Hij vertelde in het kort aan piet wat de plannen voor 1 december waren en wat voor zorgen hij zich maakte of alles wel op z’n pootjes terecht ging komen! ‘Ach Sint,’ zei piet ‘Ik kan alles vinden, dat weet u toch. Ik ben niet voor niets wegwijspiet. Ik ben de allerbeste…..’ en zo ging hij een tijdje door met opscheppen over zichzelf. Sinterklaas was gerustgesteld en begon aan de lange voorbereiding voor de reis naar Nederland.
Een paar maand later….Het was vrijdag 30 november, middernacht. Sinterklaas en zijn pieten kwamen moe terug in het kasteel waar Sinterklaas woont als hij in Nederland is. ‘Pfff,’ zei de goedheiligman ‘ik ben zo moe! Ik geloof dat ik morgenvroeg maar eens lekker ga uitslapen. Ik ben zo moe geworden van het schoenen vullen. En Americo wordt ook al een jaartje ouder dus moest ik een heel stuk lopen over de daken!’
Sinterklaas riep de wegwijspiet bij zich. ‘Wegwijspiet, morgen is het een hélé belangrijke dag; de dag van het Zwarte Pieten Festival in Colmschate. Helaas kan ik niet mee, daarom krijg je nu de laatste instructies!’ Samen overleggen ze een tijdje en gaan daarna allebei naar bed.
De volgende morgen stond de wegwijspiet vol vertrouwen op. Hij zou dat klusje wel eens even klaren! Hij is toch tenslotte de wegwijspiet van Sint Nicolaas!
Na het ontbijt riep hij alle pieten bij zich. ‘Vandaag is Sinterklaas er niet en ben ik de baas. Jullie moeten goed naar mij luisteren! Jij, jij en jij pakken alle cadeautjes. Jij stuurpiet, jij haalt de trein vast uit de garage en jij… zo ging hij nog een tijdje door met opdrachten te geven!
Toen alles klaar was, konden ze vertrekken. ‘Zit iedereen? Op naar Colmschate! Hier rechtsaf stuurpiet!’, commandeerde de wegwijspiet. En daar gingen ze…
Na ruim twee uur rijden vroeg de stuurpiet: ‘ehh.. wegwijspiet, we zouden er nu toch zo’n beetje moeten zijn maar ik zie in geen velden of wegen iets van winkelcentrum Colmschate!’ ‘Nee,’ zei de wegwijspiet ‘we zijn er bijna’. Maar hij begon toch een beetje nerveus om zich heen te kijken. Hij herkende het hier toch niet helemaal! ‘Aha, daar links bij die kerktoren, daar is het’ zei hij hoopvol. Maar toen ze daar op het plein aankwamen, waren er helemaal geen kinderen en ook geen winkels! Eén van de pieten kwam naar de wegwijspiet toe. ‘Dit is helemaal geen Colmschate, maar Bathmen! We zijn verkeerd!’
’Iedereen instappen’, zei de wegwijspiet. ‘We gaan verder. Hier links!’ Ze reden verder en verder tot ze opeens een stadsbordje zagen. ‘Ha, dat is vast Colmschate’ zei de wegwijspiet opgelucht. Maar het was geen Colmschate, maar Schalkhaar! Toen begon de wegwijspiet te snikken. ‘Boehoe, ik weet het niet meer..’ De andere pieten wisten ook niet meer waar Colmschate lag. ‘Geen punt’ zei de stuurpiet, ‘we rijden gewoon verder en dan vragen we de weg wel.’
Ondertussen was het op winkelcentrum Colmschate al lekker druk geworden. Er was één en al bedrijvigheid. Alleen…. Waar bleven de pieten nou? De winkeliers werden al onrustig en ze belden de voorzitter. Het is al tien uur en nog geen piet te zien! Klaagden ze. De voorzitter schrok en zei ‘Ik ga er direct achteraan!’ Hij belde snel Sinterklaas op. ‘Ja, met wie?’ vroeg de Sint slaperig. ‘Hallo, met de voorzitter van winkelcentrum Colmschate. Zijn de pieten al onderweg? Ze zijn er namelijk nog steeds niet.’ Sinterklaas schrok zich een mijter… eh, hoedje. ‘Dat kan haast niet, ze zijn vanmorgen al om zes uur vertrokken. O. o. o ik wist het wel. Als ik er zelf niet bij ben!!! Ik ga gelijk rondbellen meneer de voorzitter en ik zal kijken of ik ze vinden kan! Sorry hoor!’
Sinterklaas pakte het telefoonboek. Eens kijken, wie zal ik het eerst bellen? Ah, mijn goede vriend Boudewijn in Bathmen. ‘Hallo Boudewijn, met de Sint. Heb jij mijn pieten ook gezien? ‘Dag Sinterklaas’, zei de verbaasde vriend. ‘Jazeker, ik heb ze een uurtje geleden gezien hier op het dorpsplein. Toen ik uit het raam keek, stonden ze naast de trein te heftig te praten. Ze zijn toen weer ingestapt en richting Schalkhaar gereden.’ ‘Dank je wel’ zei de Sint en hing op.
Hij belde snel een andere vriend van hem, die in Schalkhaar woonde en vroeg ook aan hem of hij de pieten had gezien. ‘Ja, die zijn wel hier in Schalkhaar geweest, maar ze zijn alweer vertrokken richting Lettele’. ‘Bedankt zei de Sint somber. De Sint belde snel Hans in Lettele, ook al een vriend van hem. Hij had de pieten ook gezien, maar ook uit Lettele waren ze alweer vertrokken en nu richting het centrum van Deventer! Sinterklaas werd er zenuwachtig van. ‘Die domme, domme, eigenwijze, opschepperige wegwijspiet’ mopperde hij. Sinterklaas pakte maar weer het telefoonboek en zocht naar het telefoonnummer van de burgemeester van Deventer, die hij direct opbelde. ‘Met burgemeester van Lith de Jeude’ hoorde de Sint. ‘Oh, hallo met sinterklaas, heeft u mijn pieten ook gezien? Ze zijn op weg naar het centrum?’ ‘Nee,’ zei de burgemeester ‘niet gezien.’ De goedheiligman legde de burgemeester in het kort uit hoe de vork in de steel zit en de burgemeester bood onmiddellijk zijn hulp aan. ‘Ik ga naar de Brink en daar wacht ik de pieten op en dan zal ik ze persoonlijk naar winkelcentrum Colmschate brengen sinterklaas!’ De Sint haalde opgelucht adem. ‘Bedankt, en tot 5 december’ zei hij.
De burgemeester was nog maar net op de Brink toen hij de PietenExpress aan zag komen. Hij begon wild met zijn armen te zwaaien om de aandacht van de stuurpiet te trekken.
’Kijk daar eens, wegwijspiet,’ zei de stuurpiet. ‘Iemand roept ons!’ De wegwijspiet, die treurig ineengedoken zat, schrok op. Zou het dan toch nog goed komen? Was dit Colmschate? ‘Hallo,’ zei de burgemeester ‘jullie zijn verdwaald hé?’ ‘J-j-ja’ stotterde de wegwijspiet ‘maar hoe weet u dat?’ De burgemeester vertelde het hele verhaal en eindigde met: ‘Ik zal jullie nu snel naar het winkelcentrum brengen!’ Hij stapte voor in de PietenExpress en wees de weg naar Colmschate.
Op het winkelcentrum wist de voorzitter er al van, want de Sint had hem al opgebeld. Hij zorgde ervoor dat alle kinderen en hun ouders een erehaag op het plein maakten en toen om elf uur de PietenExpress eindelijk kwam werden de pieten luid verwelkomd op het winkelcentrum. Iedereen zong ‘Zwarte pietje kom maar binnen met je trein, want dat vinden we allemaal heel erg fijn.’ En de pieten… die maakten er weer een dolle boel van ze deelden pepernoten uit en ieder kind dat de kleurplaat inleverde, kreeg ook nog eens een cadeautje!
Aan het einde van de dag stonden de stuurpiet, de wegwijspiet en de voorzitter van het winkelcentrum nog even met elkaar te babbelen en pepernoten te eten. ‘He hè, dat is toch nog goed gekomen,’ zei de wegwijspiet. ‘Ja,’ zei de voorzitter ‘en niemand heeft iets gemerkt!’ en hij gaf een vette knipoog naar de andere pieten!

Tekst: Francis Eijkelenkamp.

Business Broker

DE VALSE HOOFDPIET

Sinterklaas was al een paar weken in Nederland. Hij had al bij veel kindjes cadeautjes in hun schoen gedaan. Zo had hij al heel veel kindjes blij gemaakt met chocoladeletters, pepernoten, autootjes en poppen. Alle kinderen waren dan ook erg blij met Sinterklaas.

Zo was dat ook in Breda. Ook hier hadden Sinterklaas en zijn pieten al veel kinderen blij gemaakt. Maar, Sinterklaas was alleen nog maar ’s nachts in Breda geweest, want pas op de dag van pakjesavond zou hij met zijn stoomboot vol met pakjes in deze stad aankomen.

Dat was ook de reden dat hij er niet bij kon zijn tijdens het grote feest in winkelcentrum de Burcht. Hij zelf kon dan niet komen, maar hij stuurde er wel een heleboel zwarte pieten naar toe. En hij gaf ze gelijk een heleboel snoepgoed en leuke pakjes mee, om alvast uit te delen aan de kinderen.

Zoals je weet, is er één zwarte piet de baas over de andere pieten. Die baas, dat is de hoofdpiet. Sinterklaas had van hem de hoofdpiet gemaakt omdat hij de oudste, de slimste en de sterkste zwarte piet van allemaal was. Ook hij zou naar het grote feest in Breda gaan. Maar, nog voordat hij er met zijn pieten zou aankomen, gebeurde er iets ergs……..

De hoofdpiet was helemaal alleen vooruit gegaan naar het winkelcentrum, omdat hij dan alvast kon kijken of de trein, de “zwarte pieten express” al klaar was gezet door de stuurpiet.Toen de hoofdpiet op z’n fiets onderweg was naar het winkelcentrum, kwam er opeens een man achter een auto vandaan. De man zag er eng uit en hij had een stoppelbaardje. Hij vroeg:”Ben jij de hoofdpiet van Sinterklaas?” “Ja,dat ben ik!”, antwoordde de hoofdpiet. “Zou je mij misschien even willen helpen?”, vroeg de man,”want ik heb een lekke band!” De hoofdpiet, die van Sinterklaas geleerd had dat je andere mensen altijd moet helpen, liep met de man mee. Hij vond het een beetje vreemd dat de man een gangetje in liep en vroeg daarom:”Waar gaan we naartoe, waar staat jou fiets ?” De man werd een beetje zenuwachtig en zei:”Daar iets verderop moeten we zijn, daar om de hoek.” Ze liepen samen de hoek om. Toen zag de hoofdpiet een schuurtje staan. “Daarbinnen in de schuur staat mijn fiets”, zei de man. “Ga maar naar binnen.” De hoofdpiet ging naar binnen en toen….. sloeg de man met een klap de deur achter hem dicht. Piet probeerde snel de deur weer open te maken, maar het lukte hem niet. Hij klopte, hij schreeuwde en hij probeerde van alles, maar de deur bleef dicht. Hij kon niet naar buiten en niemand hoorde hem……

De man ging het huis aan de overkant in. Een half uurtje later kwam hij weer naar buiten…. met schoensmeer op zijn gezicht en met een pak aan dat precies leek op het pak van de hoofdpiet. Hij ging zo snel hij kon naar winkelcentrum de Burcht. Daar wachtten alle andere pieten al op hem. “Waar bleef je nou?” vroegen ze. “Ik eh…. ik eh….. ik had een lekke band”, zei de nephoofdpiet. “Oké piet, maar nu moeten we toch snel naar de kinderen, want die staan al op ons te wachten!” zeiden de andere pieten.

Zo gezegd, zo gedaan. Maar er was een klein probleempje, de nephoofdpiet wilde de kinderen helemaal geen cadeautjes geven! Hij wilde iets héél anders doen met de cadeautjes! Hij wilde ze stelen. Hij wilde alles voor zich zelf houden. In plaats van naar de kindertjes toe te gaan, ging hij naar de “zwarte pieten express”, want daarin zaten alle cadeautjes. Maar dan moest hij eerst een sluw plannetje verzinnen om de stuurpiet weg te lokken, zodat hij alle cadeautjes kon stelen om ze te verstoppen….

Hij ging naar de stuurpiet en zei: “Piet, wil jij even naar de dierenwinkel gaan, want daar staat een kindje op jou te wachten die een mooie tekening voor jou heeft gemaakt.” “O, wat leuk”, zei de stuurpiet, “ik ga er meteen met mijn trein naar toe.” “Eh .. Eh.. dat is niet nodig, ik let wel op jouw trein, want je kunt hem daar toch nergens parkeren”, zei de nep hoofdpiet. “Eigenlijk mag ik mijn trein nooit alleen laten, maar als de hoofdpiet er bij is, dan mag het vast wel voor één keertje van de Sint”, dacht de stuurpiet. “Oké, hoofdpiet, maar wat zie jij trouwens wit rond je neus, voel jij je wel goed? En wat heb jij rare schoenen aan! En die muts, die heb je achterstevoren op, hoe kan dat nou?” “Ik eh, ik eh, ik ben net gevalleen”, stamelde de nep hoofdpiet. “Daarom zie ik wat witjes en zit mijn muts verkeerd om. En vanmorgen had ik zo’n haast, dat ik mij vergist moet hebben in mijn schoenen. “Nou vooruit dan maar”, zei de stuurpiet. “Dan ga ik nu maar vlug naar dat lieve kindje toe, die kan ik niet zo lang laten wachten. Let jij goed op de spullen hoofdpiet?” “Natuurlijk”, zei de neppiet.

Maar hij was helemaal niet van plan om op de spullen te letten. Hij wilde alles zelf hebben. Dus toen de stuurpiet weg was, laadde hij snel alle cadeautjes uit de trein en bracht ze naar zijn auto, die hij daar al eerder neer had gezet.

In de tussentijd had de stuurpiet ontdekt, dat er helemaal geen kindje op hem zat te wachten. Hij dacht nog eens goed na. Er was iets dat niet klopte. Eens kijken….verkeerde schoenen, wit rond de neus, de muts verkeerd op, te laat komen… dat zijn allemaal dingen die niets zijn voor de hoofdpiet. Hij kreeg ineens een idee: Het klopte helemáál niet! Hij had een vermoeden. Hij holde naar zijn trein om te kijken of dat vermoeden klopte. En wat hij gedacht had, was juist. Hij kon het nu met zijn eigen ogen zien! Alle cadeaus waren gestolen! Die hoofdpiet was dus hartstikke nep! Hij zag nog net hoe de valse hoofdpiet er met zijn auto vandoor ging. “Snel erachteraan!”, besloot hij. Hij sprong in zijn trein en zette de achtervolging in. Hij bleef expres op een afstandje zodat de nep piet hem niet zou zien. De stuurpiet hoopte dat de neppiet hem zo naar zijn schuilplaats zou brengen….

Na een tijdje stopte de auto in een ongure straat. De stuurpiet bleef op een afstand kijken. Hij zag dat de neppiet alles uit de auto laadde en ze een gangetje in bracht. Meer kon de stuurpiet niet zien en hij besloot om wat dichterbij te gaan kijken. Hij zag dat de neppiet de pakjes naar een schuurtje bracht, en dat er vlakbij nóg een ander schuurtje stond. “Zo, mannetje”, dacht hij. “Onze spullen stelen hè, dat gaat zo maar niet! Ik ga versterking halen en dan zorg ik dat jij achter de tralies komt”

Hij wilde net weggaan, toen hij ineens een geluidje hoorde. Hij luisterde nog eens goed en hoorde toen, dat er op een deur werd gebonkt. En toen hoorde hij ook roepen. Dat kwam uit het andere schuurtje! Hij sloop er heen om het beter te kunnen horen. “Maar dat is de hoofdpiet die ik daar hoor”, dacht hij. Toen de neppiet even weg was om nog meer cadeaus uit de auto te halen, greep de stuurpiet zijn kans. Hij draaide de sleutel om van de deur, die er gelukkig nog in zat, en hij keek naar binnen. En daar was……de échte hoofdpiet!

“Snel weg hier!” zei de hoofdpiet. En ze verstopten zich achter het schuurtje. Daar kwam de man weer aan. Hij kon de pieten gelukkig niet zien. Hij keek heel erg blij naar de gestolen cadeaus en zei tegen zichzelf: “Zo, dat heb ik mooi gedaan. Nog even de schoensmeer van mijn gezicht halen en niemand weet dat ik het heb gedaan.” Maar daar vergiste hij zich in. Plotseling sprongen er twee pieten voor zijn neus. Hij werd vastgegrepen en opgesloten in zijn eigen schuur. Nu hadden de twee pieten de tijd om de andere pieten en de politie te waarschuwen. De man werd in de gevangenis gestopt en de cadeautjes werd door de pieten toch nog aan alle lieve kinderen in Breda uitgedeeld!!! Ondanks de slechte start werd het zwarte pieten festijn een daverend succes!!

En jullie begrijpen natuurlijk wel wie er dit jaar géén cadeautjes van Sinterklaas heeft gekregen………..de neppiet

Business Broker

De boot van Sinterklaas

Katinka en Boris trekken hun jas aan. Ze gaan kijken naar de boot van Sinterklaas. Daarmee is hij helemaal uit Spanje gevaren. Bij het water staan al kinderen te wachten.
Zien jullie de boot al? vraagt papa. Ja! roept Katinka. Er vaart een kleine boot onder de brug door.
Er zitten vier zwarte pieten in. Ze zwaaien. En ze doen een beetje gek.
Waar is Sinterklaas nou? vraagt Katinka. Misschien is hij zeeziek, zegt papa. Katinka kijkt papa geschrokken aan.
Ik maak maar een grapje, zegt papa. Dit is nog niet de échte boot van Sinterklaas.
Het bootje vaart naar de kant. Twee pieten klimmen op de rand van de boot om snoep uit te delen.
Katinka krijgt een handvol pepernoten van zwarte piet.
Boris mag ook. Maar hij is een beetje bang. Daarom geeft zwarte piet de pepernoten aan papa.
Mmmm, lekker! Van papa lust Boris ze wel. Tuuuut! Tuuuut! horen ze plotseling. De brug gaat open. Er komt een grote boot aan. Hij is versierd met gekleurde vlaggetjes.
Dat is wél de boot van Sinterklaas, zegt papa. Ik zie hem al! roept Katinka. Dag kinderen! wuift Sinterklaas. Katinka en Boris zwaaien. Op het dek lopen een heleboel zwarte pieten. Ze dansen. En ze maken muziek. Bovenin de mast zitten twee zwarte pieten. Is dat niet gevaarlijk? vraagt Katinka. Jawel! zegt papa. Maar pieten kunnen goed klimmen! Ze klimmen ook op het dak om cadeautjes door de schoorsteen te gooien.
Ook bij ons? vraagt Katinka.
Vanavond mogen jullie je schoen zetten, zegt papa. En misschien doet zwarte piet er wel wat in.

Business Broker

« Previous Entries   Next Entries »

partners Linkeiland.nl - 123starten.nl - Linkdumpert - Linkeiland - NL linkdirectory - XIB concepts, marketing, development