Langste Sinterklaas gedicht ooit?
je raadt nooit wat de sint zag
op een mooie winterdag
het was een lief wit konijn
helemaal van marsepijn
het konijn was enorm groot
het paste niet eens in de stoomboot
de sint dacht: ach wat een strop
dan eet ik hem maar op
maar al gauw had de sint spijt
van het enorme stuk zoetigheid
want van het lieve konijn
kreeg de sint hele erge buikpijn
de sint zat te klagen en te doen
en opeens kreeg hij een visioen
een visioen van een bos met bomen
net zoals in zijn zoete dromen
hij zat op een klein groen paard
en hij had een lange paarse baard
hij gallopeerde en gallopeerde
en ook zijn paard gallopeerde en gallopeerde
toen hij opeens kwam bij een groot kasteel
bewaakt door een grote boze leeuw
het paard schrok en rende weg
sint was nu alleen, wat een pech
in een hoge toren van het kasteel
stond een mooie vrouw in gareel
cupido had zijn hartje doorkliefd
de sint was op slag verliefd
op de vrouw met de lange blonde haren
hij bleef maar naar haar staren
de vrouw vond het wel oke
en gooide een zakdoek naar benee
de sint pakte de doek op
en vertelde aan de leeuw een mop
de leeuw lachte zich dood
en de sint gooide hem in de diepe sloot
de sint klopte op de deur
die had trouwens een hele aparte kleur
De deur was blauw met een beetje geel
gecombineerd met een stukje fluweel
maar om een kort verhaal lang te maken
de treinmachinisten gingen dus staken
ohnee, epileer mijn bilnaad bij maanlicht
dat was een ander gedicht
dit gedicht gaat over de mooie vrouw
en de sint stond nog steeds buiten in de kou
de sint klopte nog een keer
toen werd er open gedaan door een ijsbeer
goedendag, meneer Klaas
wilt u een boterham met pindakaas?
vroeg de beer attent
want daarvan wordt je een echte vent
waar is de mooie vrouw vroeg sinterklaas
nietswetende van de boterham met pindakaas
waarom zou ik u dat vertellen?
kunt u zich niet eerst even voorstellen?
sinterklaas, aangenaam
ik zag net een mooie vrouw staan voor het raam
ik ben verliefd op haar, hopeloos
toen ik haar zag was ik sprakeloos
ok, zei de beer, trap op en de derde deur links
en dat rechtsaf bij de sfinx
tevreden liep de sint de trap op
hij telde de treden hardop
een, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven, acht, negen, tien
elf, twaalf, dertien, veertien en nog steeds was het einde niet te zien
de sint had nu al driehondenvijfenzestig treden gehad
en heel ver in de verte zag hij wat
het was een hele grote frietkraam
en ‘ de derde deur’ was zijn naam
hier ging de sint linksaf
ik had beter de lift kunnen nemen dacht de sint achteraf
achteraf weet je alles beter
en als het water op zijn koudst is, kan het alleen nog maar heter
als er 1 hoer op de wal is, volgen er meer
en smeer nooit een broodje met een beer
affijn de sint op zoek was naar de mooie vrouw
fascinerend die zinsopbouw
eenmaal bij de sfinx aangekomen
ontwaakte de sint uit zijn dromen
hij zat zwetend in zijn stoel
met in zijn buik nog steeds het rare gevoel
hij moest denken aan de vrouw in gareel
en de sint werd een beetje sentimenteel
daar zouden we natuurlijk dieper op in kunnen gaan
maar dan zou dit gedicht helemaal nergens meer op slaan
het gedicht gaat echter verder door
over de sint met een slecht gehoor
luisteren, nee, dat kon de sint niet
hij hoorde nog minder dan een dode parkiet
hij kon dus het brandalarm niet horen
en zo ging hij met huid en baard verloren
gelukkig was dit niet de echte sinterklaas
dus gaat gedicht gaat nog verder, helaas
woutje
